Tunneloperator in controle

door Allard Klok in samenwerking met Nedmobiel.

Tunnelveiligheid is een belangrijk onderwerp in Nederland, dat zo’n 35 snelwegtunnels kent waar dagelijks miljoenen automobilisten gebruik van maken. Tunnelorganisaties besteden miljoenen aan tunnelveiligheid. Er wordt voornamelijk geïnvesteerd in technologie om tunnels te verbeteren. Maar ook Tunneloperators worden getraind en opgeleid om met alle veiligheidssystemen te werken en de protocollen en procedures te kennen. Na incidenten en calamiteiten geven evaluaties de mogelijkheid om processen te verbeteren en vaak blijkt uit de conclusie dat de keuze die de medewerkers maken bepalen of een incident een incident blijft of uitgroeit tot een ramp. Wat blijkt is dat mensen verschillend reageren op stressvolle situaties.

Door Tunneloperators inzicht te geven in en verantwoordelijkheid te laten nemen voor hun beslissingen en de effecten van hun gedrag op de tunnelveiligheid, staan ze sterk en krijgen ze controle over hun communicatie en hun eigen spanning.

Verbetering tunnelveiligheid

Er is de afgelopen 25 jaar veel onderzoek gedaan naar incidenten en rampen in tunnels. Na de ernstige rampen in de Mont Blanctunnel (1999) en in de tunnel van Kitzsteinhorn (2000) zijn er veel verbeteringen in tunnelveiligheid doorgevoerd.

Binnen de onderzoeken is zorgvuldig gekeken naar de rol van de Tunneloperator (hierna genoemd Operator) en de rol van de weggebruiker. Inzicht in het handelen en niet handelen van de weggebruiker heeft voor veel aanpassingen in procedures en protocollen geleid. De rol van de Operator is zorgvuldig bestudeerd en geanalyseerd. In de procedures die de Operator in het algemeen helpt om incidenten te voorkomen, zijn belangrijke verbeterpunten naar voren gekomen en geïmplementeerd in protocollen voor de Operator. Deze verbeteringen bevinden zich vooral op het technische vlak van de tunnelveiligheid; detectiesystemen, ventilatie en vluchtmogelijkheden voor gebruikers zijn verbeterd en maatregelen en procedures voor Operators zijn aangescherpt. Dit heeft bijgedragen aan een grotere “self rescue fase” en daardoor tot een vermindering van de ernst van incidenten.

Door gebruik te maken van uitgewerkte en gedetailleerde procedures en protocollen ontstaat echter het risico dat de Operator fouten kan maken. J. Rasmussen (1988) richt zich op een drietal soorten van menselijk falen. Rasmussen gaat uit van Skill-based, Rule-based en Knowledge-based fouten. De oplossing die Rasmussen aandraagt om dit menselijk falen te voorkomen bevind zich vooral op het gebied van procedures en ergonomische aanpassingen. In het uitgebreide researchproject van UPTUN door P. Papaioannou en G. Georgiou (2008) wordt ook gekeken naar de rol en het gedrag van de Operator tijdens een incident en ook hierin zijn de aanbevelingen vooral procesmatig van aard. Het EU researchproject UPSAFETY (2011) levert concrete handvatten en een standaard format op voor een Opleiding, Training en Oefenprogramma (OTO) om de kans op menselijk falen door first responders en Operators te verkleinen.

Neurofysiologisch proces

Waar in alle onderzoeken over tunnelveiligheid tot nu toe aan voorbij is gegaan, is het neurofysiologische proces dat invloed heeft op het maken van keuzes. Dit artikel richt zich op dit neurofysiologische proces; het onbewuste proces dat ten grondslag ligt aan het handelen of niet handelen van de Operator. Dit proces is tevens het proces dat ten grondslag ligt aan stress en speelt zich af voor en tijdens een incident of calamiteit bij de Operator en is vergelijkbaar met het handelen of niet handelen van weggebruikers in een tunnelincident.

Tunnelveiligheid is mensenwerk en waar mensen werken worden fouten gemaakt. Aan menselijk falen ligt een hersenmatig proces ten grondslag. Deze maken we inzichtelijk en we beschrijven hoe wij dit proces succesvol overbrengen bij Operators zodat ze zichzelf bewuster worden van hun handelen om zo uiteindelijk levens te redden en tunnelveiligheid te kunnen borgen.
Doordat dit proces zich ook afspeelt bij de weggebruiker is het van wezenlijk belang dat de Operator zich bewust is van dit altijd aanwezige mechanisme en van de technieken om adequaat te kunnen blijven handelen.

Een voorbeeld

Binnen hulpdiensten die betrokken zijn bij tunnelveiligheid is stressbeheersing en spanningscontrole een onderdeel dat veel getraind wordt tijdens de opleiding. Dat dit nodig is, en dat het nodig is om dit te blijven herhalen bewijst onderstaand krantenartikel:

De Telegraaf -2 september 2009 – HOOFDDORP

Agent kijkt toe terwijl automobilist onder water ligt

De agent die betrokken was bij een aanrijding waarbij een 78-jarige Amstelvener om het leven kwam, heeft noodgedwongen toe moeten kijken hoe de auto in de sloot lag, zonder in te kunnen grijpen. Op internet verscheen een filmpje waarop te zien was hoe de auto van de man uit Amstelveen op zijn kop in het water lag. De agent, die met zijn politieauto in botsing was gekomen met de bewuste auto, stond aan de kant van de sloot toe te kijken.
Een ooggetuige melde op Webregio.nl dat de agent omwille van richtlijnen niks mocht doen totdat er versterking was. “Hij stond op de kant en bleef met zijn armen over elkaar toekijken hoe ik en nog iemand het water ingingen!”

Fysieke problemen

Evert Prinssen, plaatsvervangend districtschef Politie Haarlemmermeer, reageerde dat de agent wegens fysieke en mentale problemen noodgedwongen niet kon ingrijpen. “In dit geval was de betrokken politieman door de enorme klap van de aanrijding zowel fysiek als mentaal kennelijk niet goed in staat om in te grijpen. Andere politiemensen waren dat wel en hebben het slachtoffer uit de auto weten te halen. Helaas is de man later in het ziekenhuis overleden. De bestuurder van de politieauto heeft door de aanrijding nekletsel, een lichte hersenschudding en kneuzingen opgelopen en is ziek thuis.”

Wat is stress?

Er zijn veel definities van stress. In algemene zin is stress een reactie op een prikkel die spanning veroorzaakt. Binnen de context van dit onderzoek zien we stress als een proces dat het gevolg is van een stressor, (de conditie die de stress veroorzaakt) en aanleiding is voor een stressrespons (de reactie op de stressor).
Uit onderzoek van Joseph Ledoux (1998) blijkt dat er een klein gedeelte in onze hersenen betrokken is bij de regulatie van negatieve emoties, de amygdala. Deze amandelvormige kern bevindt zich in onze temporale kwab en maakt deel uit van ons limbisch systeem. De amygdala legt verband tussen informatie die van verschillende zintuigen afkomstig is en koppelt deze aan emoties (prikkels van binnen).

Informatie bereikt de amygdala op twee manieren;

  • De rechtstreekse weg (de low Road volgens Ledoux)
  • De indirecte weg (de high Road volgens Ledoux)

De rechtstreekse weg

De rechtstreekse weg is korter en daardoor sneller dan de indirecte weg maar geeft daarentegen ook minder precieze informatie af. Deze rechtstreekse weg stuurt informatie via de thalamus rechtstreeks naar de amygdala en zorgt ervoor dat we al kunnen reageren voordat we precies weten wat er aan de hand is. De thalamus is ons reptielenbrein: het oudste deel van de hersenen. Dit oerinstinct staat in dienst van o.a. verdedigen en jagen. In situaties van gevaar is dit een groot voordeel: je vecht of vlucht . Op het moment dat er in de oudheid een wild dier op ons af kwam was dit een handige reactie. Op het moment dat dit systeem getriggerd wordt zonder directe bedreiging is de reactie van vechten of vluchten niet handig (MacLean 1990, Hanson 2009).

De indirecte weg

De indirecte weg stuurt informatie via de thalamus naar de neocortex. Deze lange weg vindt plaats via ons modernere brein, de neocortex. Dit is het jongste en meest flexibele deel van onze hersenen waar zich de ontwikkeling en aanpassingsmogelijkheid bevinden. Hier spelen de processen van analyseren, inzicht krijgen, aanleren en ontwikkelen zich af. De neocortex analyseert de informatie eerst voordat deze de informatie doorstuurt naar de amygdala. De thalamus treedt op als filter voor prikkels van buiten en van binnen (emoties) en stuurt deze vervolgens naar de neocortex door. Deze geeft een meer gedetailleerde representatie van de informatie. Dit proces duurt langer dan de directe weg.

Zodra we gevaar signaleren zet de amygdala de hypothalamus aan het werk die weer de hypofyse aanzet tot het produceren van stresshormonen. Deze hormonen brengen het lichaam in gereedheid om te vechten of te vluchten. Fysiek uit zich dit in een versnelde hartslag, sneller stromend bloed, toename van spierspanning en een versnelde en verkorte ademhaling.

Gevolgen van stress

Vanuit de hypothalamus wordt ook het sympathisch zenuwstelsel geactiveerd. De sympathische zenuwen zorgen voor de aanmaak van adrenaline. Deze adrenaline zorgt ervoor dat je hart sneller gaat kloppen, dat je gaat zweten en dat de energie zich verzamelt in je armen en benen. Dit is nodig om te kunnen vluchten of vechten.
Wanneer stress langdurig aanhoudt, of meer dan regelmatig aanwezig is, zorgt dit proces ervoor dat je jezelf langzaam uitput. Het lijf is letterlijk in een constante staat van paraatheid om te moeten vechten of vluchten. De aangemaakte adrenaline kan niet wegvloeien en de spanning hoopt zich op. Dit zorgt voor ongezonde en onnodige spanning en kan uiteindelijk tot bijvoorbeeld een burn-out leiden.

Lerend vermogen en stress

Ons lichaam is een intelligent systeem. Veel activiteiten die we dagelijks doen en tamelijk ingewikkeld zijn hebben we aangeleerd om ze vervolgens nooit meer te vergeten. Van veel taken en handelingen die we dagelijks uitvoeren zijn we ons totaal niet bewust. Uiteindelijk gaat de aangeleerde handeling vanzelf. Het gebruik van bijvoorbeeld het toetsenbord van een computer en het tikken van letters op dat toetsenbord gebeurd automatisch. Toch ligt daar een ingenieus mechanisme aan ten grondslag.
Een andere eigenschap van ons lichaam is dat het leert van ervaringen en het geleerde onthoudt. Als je je in een angstige situatie bevindt en je onbewuste neiging is vluchten, dan is het terughalen van die gebeurtenis voldoende om een soortgelijke fysieke reactie op te roepen. Ons lichaam leert van gebeurtenissen.

Dit proces is bij Operators terug te zien in ervaringen met incidenten. Een eenvoudige kop-staartbotsing zal als eerste, en daardoor nieuwe ervaring, veel stresshormonen vrijmaken en de amygdala wordt stevig op de proef gesteld. Bij een tweede kop-staartbotsing refereert ons lichaam direct aan de eerdere ervaring en stelt zijn directe respons bij. Er wordt minder stresshormoon vrijgemaakt en we zullen de informatie uit de neocortex eerder benutten. We kunnen bewuster handelen en keuzes maken en daarmee de tunnelveiligheid vergroten.

Dit lerend vermogen dat ons lichaam onbewust al toepast is ook voor onverwachte situaties aan te leren. Door ons lichaam in een gesimuleerde, onbekende stresssituatie te brengen wordt de stressreactie zichtbaar. Onze eigen hersenen communiceren voortdurend met elkaar en met de rest van ons lichaam om contact met de externe omgeving te analyseren en te behouden en waar nodig in te grijpen. Een belangrijk element in deze relatie is onze interne “noodknop”: vechten, vluchten of bevriezen. Deze reactie is onbewust, we kunnen deze ook niet “uit” zetten. Wat we wel kunnen doen is trainen op bewustwording van dat onbewuste mechanisme. Dit zorgt voor bewustwording van het interne proces en geeft de mogelijkheid om eerder intern in te grijpen in de vecht-vlucht-bevriesreactie en de informatie van de neocortex voorrang te geven.

Door aanwezig te zijn, met volledige aandacht in het hier en nu, kunnen we in verbinding blijven met ons lichaam (fysieke prikkels) en met onze geest (fysiologisch proces). Dit inzicht geeft de meeste kans om je eigen reactie te doorgronden en een rationele keuze te maken, wat de grootste kans op een effectieve respons oplevert.

De mens heeft een rationeel denksysteem dat goed functioneert als het niet te veel wordt verstoord door spanning waar hij geen raad mee weet. Zodra er door een gebeurtenis een verstoring plaats vindt, treedt het mechanisme van “klaarmaken voor de strijd” in werking. Voor een Operator die moet handelen is dit mechanisme niet gewenst. Mechanisme dat vecht-vlucht-bevriesimpuls aanstuurt. Emotie is een respons van onze hersenen op een affectieve prikkel. Deze komt tot uiting in gedrag en fysieke reactie. Deze reacties kunnen bewust en onbewust zijn. Evolutionair gezien zijn alle emoties nuttig. Hoewel de realiteit van ons emotionele leven complex is, is het goed om drie basistypen van emotieregulatie te onderscheiden (Gilbert 2009).

GEVAARSYSTEEM

Dit systeem wordt geactiveerd door bedreiging en gevaar. Het is gericht op zelfbescherming en overleven. Dit systeem vindt zijn oorsprong in ons reptielenbrein. Vanuit dit systeem volgt de primaire impulsreactie vechten, vluchten of bevriezen.
Bijbehorende kenmerken zijn; aanmaken van adrenaline, versnelde hartslag, bloed dat sneller stroomt, de ademhaling die korter wordt en de speekseltoevoer die stopt. Dit zijn allemaal signalen dat het lichaam zich klaarmaakt om te vechten of te vluchten. De ratio is niet in werking.

JAAGSYSTEEM

Dit systeem wordt geactiveerd door begeerte (eten, succes, willen winnen, macht). Het is gericht op directe bevrediging. Het lichaam is gefocust.
Fysieke kenmerken hangen af van de begeerte die bevredigd moet worden en kunnen zijn; versnelde hartslag, verhoogde spierspanning of een overvloed aan energie.
Het Jaagsysteem is gericht op eigen bevrediging en niet primair gericht op anderen. Het zorgt voor constant zoeken naar nieuwe uitdagingen en kost veel energie.

ZORG- EN KALMERINGSSYSTEEM

Dit systeem wordt geactiveerd als andere systemen niet geactiveerd hoeven worden. Als het lichaam niet alert hoeft te zijn voor bedreiging en ook geen begeerte hoeft te vervullen kan het zorgsysteem aangesproken worden. Dit systeem vindt zijn oorsprong in ons nieuwe zoogdierenbrein en is gericht op veiligheid, verbondenheid en welzijn. In dit systeem zijn o.a. de mogelijkheid tot reflectie en ontwikkeling gehuisvest. Een fysiek kenmerk hierbij is een gelijkmatige ademhaling.
Binnen het zorgsysteem is er ruimte voor de ander en de behoefte van de ander en onze ratio is in werking.

Binnen tunnelveiligheid en het werkveld van de Operator is het van belang om tijdens een incident snel het zorgsysteem aan te kunnen spreken. Wanneer het gevaarsysteem namelijk geactiveerd wordt, staan alle symptomen die bij dit systeem horen een helder optreden in de weg. Het is gericht op lijfsbehoud en niet op het helpen van anderen. Om bewust te worden van dit mechanisme en de technieken om vanuit dat zorgsysteem te kunnen handelen, is oefenen in spanningsbewustzijn nodig.

Het belang van bewuste aandacht

De oefeningen en technieken die wij gebruiken om de Operator bewustzijn en aandacht aan te leren vinden hun oorsprong in Mindfulness.
Mindfulness is de bewustheid die ontstaat door doelbewust aandacht te geven aan de dingen zoals ze zijn, op het moment zelf en zonder oordeel. Grondlegger van de Mindfulness Jon Kabat-Zinn (1991) heeft veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van mediteren en Mindfulness. Hij is de grondlegger van de aandachttraining, een techniek om mensen te leren omgaan met stress, angst, pijn en ziekte.

Toepassing in het werkveld, spanningsbewustzijn

Om in het kader van tunnelveiligheid de Operators bewust te maken van hun eigen stress en spanning en het effect van die spanning op hun handelend vermogen, hebben we een serie oefeningen ontwikkeld. De mechanismen die in werking kunnen treden tijdens een incident worden in een gesimuleerde setting bewust naar boven gehaald. Deze worden besproken, geanalyseerd en opnieuw ervaren. Dit zorgt voor inzicht in het bewuste gedrag.

De vraag die we deelnemers stellen in de oefening is zich te focussen op de eigen ademhaling, spierspanning en gedachten. Dit is een eerste kennismaking met de eigen fysieke reacties bij spanning. Dan worden de deelnemers los van elkaar in de ruimte gezet. Een trainingsacteur voert bij iedere deelnemer de oefening op dezelfde manier uit. Hij komt achter de deelnemer staan en loopt naar ze toe. Vervolgens gaat hij naast de deelnemer staan en daarna komt hij voor de deelnemer staan en loopt vanuit daar op de deelnemer toe. Er is geen fysiek contact en er wordt tijdens de oefening niet gesproken.

Na deze eerste ronde bespreken we met elkaar wat de deelnemer zelf heeft ervaren en wat de acteur en trainer hebben gezien. We bespreken steeds na wat de deelnemer ervaart op het gebied van ademhaling, spierspanning en gedachten. Aan de hand van de ervaringen krijgt de deelnemer een tip mee om in de volgende ronde toe te kunnen passen. Deze tip kan toegespitst zijn op de ademhaling, op de spierspanning of op gedachten. Daarna doen we een oefening in het bewust worden van de ademhaling. Vervolgens behandelen we dezelfde ronde nog een keer en krijgen de deelnemers de kans de aangereikte tips in deze vervolgoefening toe te passen.

In een andere oefening geven we deelnemers inzicht in het effect van primaire reacties en de reactie van vechten, vluchten of bevriezen en geven we tips hoe te blijven handelen.
Operators geven na de training aan dat ze zich door de oefening bewust worden van de effecten van volledig aanwezig zijn. Ze gaan ervaren waar spanning merkbaar is, worden zich bewust van het mechanisme van vechten, vluchten of bevriezen en ervaren dat ze invloed hebben op hun gedachten en ademhaling en dat ze daarin kunnen sturen. Ze gaan bewuster handelen.

Deze oefeningen zijn succesvol toegepast in het OTO-programma voor Operators in Nederland. In vervolgopleidingen verdiepen en herhalen we deze oefeningen. Daarnaast worden het spanningsbewustzijn en de ervaren primaire reacties ook besproken en geanalyseerd tijdens VR- en Monodisciplinaire oefeningen en meegenomen bij incidentevaluaties.

Het effect van spanningsbewustzijns-oefeningen

Ontspanning

Spanningsbewustzijn oefenen leidt op lange termijn tot ontspanning (Benson, 2000). Hartslag, zuurstofgebruik en bloedlactaatwaarden (chemische stof die in hoge concentraties wordt geassocieerd met angst en in lage concentraties met rust en ontspanning) daalden bij meditatie.
Langdurige stress heeft een negatieve invloed op ons immuunsysteem. Omdat ons immuunsysteem verantwoordelijk is voor onze hele lichamelijke en geestelijke gezondheid is het zo belangrijk om dit proces te her- en erkennen.

Gedachten

We hebben ongeveer 40.000 gedachten per dag. Gelukkig zijn we ons van al die gedachten niet bewust maar ze beïnvloeden en sturen ons onbewust de hele dag door. Gedachten kunnen helpend zijn en niet helpend. Dit bepaald of de spanning verder oploopt of juist niet. Hierin sturen kan er voor zorgen dat spanning niet hoeft op te lopen.

Acceptatie

Hoe getraind we ook zijn, hoe veel we ook in lastige situaties hebben gestaan, er zijn altijd incidenten en calamiteiten die nieuw en anders zijn en deze zullen ons blijven raken. Het bewustzijn dat er altijd een incident kan plaatsvinden, kan de Operator helpen om zijn focus te houden. Weten dat deze mechanismen kunnen optreden bij zowel de Operator als de weggebruiker geeft de mogelijkheid om flexibel te reageren en los van de procedures een adequate keuze te maken.

Compassie

Door spanningsbewustzijn train je het richten van aandacht. Aandacht ontvangen roept het gevoel van begrepen worden op. Daarnaast voelen we het vaak direct als iemand er met zijn aandacht niet bij is en met iets anders bezig is. Met het richten van aandacht richten we ons meer op de ander, die zich daardoor begrepen voelt. De ander zal vervolgens eerder geneigd zijn dat begrip ook naar jou toe te hebben, en dus eerder een instructie op te volgen. We reageren vaak ondoordacht in interactie met anderen. Door de situatie met meer aandacht te beoordelen versterken we empathie. Dit zorgt in algemene zin voor meer begrip.

Inzicht geeft keuze

Spanningsbewustzijn geeft inzicht in copingstrategieën en de eigen voorkeursstrategie. Een copingstrategie is hoe men met stress en problemen omgaat. Door de spanningsbewustzijns-oefeningen krijgt men inzicht in de eigen copingstrategie. Door observatie van innerlijke processen, feedback van observanten en tips kunnen deelnemers oefenen om een effectievere strategie te ontwikkelen. Door veelvuldig mediteren bijvoorbeeld, blijkt dat er structurele veranderingen in de mediale prefontale cortex optreden (Siegel, 2007). Dit betekent dat men een grotere keuze in copingstrategieën ontwikkelt en eerder een keuze kan maken.

CONCLUSIE Tunnelveiligheid; de tunneloperator in controle

Er is de afgelopen jaren rond tunnelveiligheid enorme vooruitgang geboekt in het voorkomen en beheersbaar houden van incidenten en calamiteiten. Na de ernstige rampen in de Alpentunnels is er veel verbeterd. Veel aanpassingen en verbeteringen betreffen het aanscherpen van procedures en protocollen. Het neurofysiologisch proces dat zich bij zowel de Operator als de weggebruiker afspeelt (en wat de veroorzaker is van stress), en nog niet in de training en opleiding van operators is meegenomen, is de trigger die bepaalt of een operator kan handelen of niet kan handelen. Het inzicht in het stressmechanisme en de werking van ons alarmsysteem is de ontbrekende schakel in het proces om maximale tunnelveiligheid te halen.

Met bewustzijnsoefeningen ontwikkelen Operators technieken om bewust en aanwezig te zijn. Deze alertheid zorgt ervoor dat de operator een rationele keuze kan maken, wat de grootste kans op een effectieve respons oplevert. Dit is een aanvulling op de verbeteringen van procedures en protocollen uit eerdere onderzoeken.

Investeren in bewustwording van de mechanismen die in werking treden als er een incident optreedt heeft tot nu toe niet plaats gevonden. Het inzicht dat de neurofysiologie ons geeft opent een scala aan mogelijkheden om Operators effectiever te laten handelen tijdens een incident.

Het erkennen van de neurofysiologische processen helpt de operator om een succesvolle copingstrategie te vinden voor stressvolle situaties waarbij mogelijk afgeweken moet worden van de procedures en protocollen. Zorgen dat een operator snel zijn zorgsysteem kan aanspreken, en zich bewust is van de gevolgen van het gevaarsysteem, voorkomt veel slachtoffers. Hierin actief trainen zorgt voor kostenbesparing en minder slachtoffers op korte termijn. Bijkomend voordeel op de lange termijn is dat het uitval door burn-out en posttraumatisch stress-stoornis voorkomt.

AANBEVELING

Regelmatig trainen op bewustwording van interne processen bij stress, inzicht in eigen primaire reacties en technieken om hier effectiever gedrag voor in de plaats te zetten, levert een organisatie meer ontspannen en effectievere Operators op. Onze aanbeveling is om deze oefeningen onderdeel te laten zijn van de Operatoropleiding en om deze daarnaast terug te laten komen in een verdiepings- en/of opfristraining.
Organisaties die deze modules in hun opleidingsprogramma opnemen zouden ook aandacht moeten geven in de opvolging van incidenten door middel van evaluaties. Juist in een ‘hot-debrief’ sessie, kort na een incident, kan een Operator aangeven hoe hij in de afhandeling van het proces zijn interne vecht-vlucht-bevriesreactie heeft ervaren en welk systeem (angst-, jaag-, zorgsysteem) er als eerste werd aangesproken. Door zich bewust te zijn van deze fysiologische processen kan de Operator effectiever handelen bij een incident. Dit effectief handelen levert kostenbesparing voor de organisatie op maar bovenal, het redt levens!

Referenties

– H. Benson (2000) The Relaxation Response
– J. Brantley (2004) Angst beheersen met aandacht
– A. Damasio (1944) Descartes’ Error: Emotion, Reason, and the Human Brain
– R.A. Depue, J. Morrone-Strupinsky (2005) A neurobehavioral model of affiliative bonding Behavioral and Brain Sciences;
– P. Gilbert (1989) Human Nature and Suffering
– P. Gilbert (2009) The Compassionate Mind: A New Approach to Life’s Challenges
– T.M. Glomb, duffy ed al (2011) Mindfulness at work
– J. Kabat-Zinn (1991) Full Catastrophe Living: Using the Wisdom of Your Body and Mind to Face Stress, Pain and Illness
– P. Papaioannou UPTUN (2008) Human behaviour in Tunnel Accidents and Incidents
– J. Rasmussen (1988) Coping with human errors through system design: implications for ecological interface design
– D.J. Siegel (2007) The mindful brain. Reflections and attunement in the cultivation of well-being

Contact aanvraag

Meer weten over ons programma Tunnelveiligheid? »

je bent offline